Wanneer je een eenmanszaak hebt, kan de vraag of liquide middelen tot je ondernemingsvermogen of privévermogen (Box 3) behoren, van groot belang zijn voor je belastingaangifte. Hier bespreken we een casus en de hoofdlijnen van de regels die bepalen hoe liquide middelen fiscaal behandeld worden.

De casus van de consultant

Een consultant had in twee opeenvolgende jaren tussen de € 600.000 en € 850.000 aan liquide middelen op de balans van zijn eenmanszaak staan. Zijn jaarlijkse winst was ongeveer € 14.500. De Belastingdienst besloot deze liquide middelen grotendeels naar Box 3 te verplaatsen, wat leidde tot een juridisch geschil waarbij de consultant naar de belastingrechter stapte.

Wat zijn duurzaam overtollige liquide middelen?

De vraag of een vermogensbestanddeel tot het ondernemingsvermogen of tot het privévermogen behoort, hangt in eerste instantie af van de keuze van de belastingplichtige. Deze keuzevrijheid is echter beperkt door redelijke grenzen. Een belastingplichtige overschrijdt deze grenzen wanneer hij liquide middelen tot zijn ondernemingsvermogen rekent die geen enkele functie in de onderneming vervullen en dus als duurzaam overtollig worden beschouwd.

Grenzen van redelijkheid

Een belastingplichtige mag liquide middelen die nodig zijn voor de financiering van lopende bedrijfsuitgaven, toekomstige investeringen, risico’s, en de opbouw van reserves tot het ondernemingsvermogen rekenen. Hierbij moet rekening worden gehouden met de aard en omvang van de onderneming. Als de liquide middelen echter geen rol spelen binnen de onderneming, worden ze als privévermogen (Box 3) beschouwd.

Bewijslast van de Belastingdienst

Het is aan de Belastingdienst om aan te tonen dat en tot welk bedrag de liquide middelen duurzaam overtollig zijn. Dit betekent dat zij moeten bewijzen dat deze middelen geen functionele rol binnen de onderneming vervullen.

Uitspraak van de rechtbank

In deze specifieke casus rekende de Belastingdienst € 185.000 aan liquide middelen toe aan het ondernemingsvermogen, bestaande uit € 125.000 plus een reservering van € 60.000 voor de vervanging van een auto. De rest van het geld werd als privévermogen geclassificeerd. De Belastingdienst baseerde deze beslissing op de omvang van de onderneming, de dalende omzet, en het gebrek aan concrete investeringsplannen van de consultant.

De rechtbank stelde de Belastingdienst in het gelijk. De consultant kon onvoldoende bewijs leveren om een andere conclusie te rechtvaardigen. De rechtbank oordeelde dat, gezien de omvang en aard van de onderneming, de afnemende omzet, en de niet uitgevoerde investeringsplannen, het onwaarschijnlijk was dat de consultant binnenkort grote investeringen zou doen.

Belangrijke overwegingen

Het kan soms fiscaal gunstig zijn om liquide middelen op de balans van je eenmanszaak te plaatsen, omdat dit kan leiden tot lagere belastingen. Echter, je hebt hierbij niet volledige keuzevrijheid. De Belastingdienst kan correcties uitvoeren als zij van mening zijn dat bepaalde liquide middelen geen zakelijke functie hebben en dus als privévermogen moeten worden beschouwd.

Conclusie

Bij het bepalen of liquide middelen tot het ondernemingsvermogen of privévermogen behoren, is het essentieel om de regels en beperkingen te begrijpen. De Belastingdienst zal beoordelen of de middelen een zakelijke functie hebben. Het is belangrijk om je financiële situatie en plannen goed te documenteren en te kunnen aantonen hoe liquide middelen binnen je onderneming worden gebruikt.

Deze casus benadrukt het belang van een gedegen administratie en het inzichtelijk maken van je bedrijfsfinanciën. Voor advies op maat is het raadzaam om contact op te nemen met een belastingadviseur of financieel expert.