Bij een echtscheiding kunnen financiële geschillen ontstaan, zoals in het geval van een vergoedingsvordering tussen ex-echtgenoten. Dit artikel behandelt een zaak waarin een vrouw een aanzienlijke som geld van haar ex-man eist als compensatie voor een investering in hun gezamenlijke woning. We zullen de juridische overwegingen en de verjaringstermijnen voor dergelijke vorderingen bespreken.

Achtergrond van de zaak

Een man en een vrouw trouwden buiten gemeenschap van goederen. Dit betekent dat ieder zijn eigen vermogen beheert en verantwoordelijk is voor eigen schulden. Echter, bij bepaalde financiële transacties tijdens het huwelijk kunnen vergoedingsrechten ontstaan. Na de echtscheiding eist de vrouw meer dan €76.000 van de man als compensatie voor haar investering in de gezamenlijke woning die zij samen verkochten.

Het standpunt van de man

De man betwist de vordering van zijn ex-vrouw door te stellen dat zij haar claim te laat indient. Hij voert aan dat de vrouw meer dan tien jaar na de vermogensverschuiving tijdens hun huwelijk haar vordering indient. Volgens hem geldt er voor een vergoedingsrecht op basis van huwelijkse voorwaarden een verjaringstermijn van vijf jaar, niet van twintig jaar. De zaak wordt voorgelegd aan de Hoge Raad.

Overwegingen van de Hoge Raad

De Hoge Raad bekijkt de zaak en stelt vast dat vermogensverschuivingen tussen echtgenoten aanleiding kunnen geven tot vergoedingsvorderingen. Het Burgerlijk Wetboek geeft echter geen specifieke verjaringstermijn voor deze vorderingen.

Huwelijksverhouding en verjaringstermijn

Echtgenoten zullen tijdens hun huwelijk niet snel juridische stappen tegen elkaar ondernemen. Dit gegeven verzet zich tegen een korte verjaringstermijn van vijf jaar voor vergoedingsrechten. De Hoge Raad stelt de man in het ongelijk en oordeelt dat een verjaringstermijn van vijf jaar niet passend is voor deze situatie.

Vragen van de Hoge Raad

Hoewel de Hoge Raad de man ongelijk geeft, stelt hij ook een bredere vraag: moet er een verjaringstermijn van twintig jaar gelden voor dergelijke vergoedingsrechten? Volgens de wet is er na beëindiging van het huwelijk een verlenging van de verjaringstermijn met zes maanden. Dit biedt ex-echtgenoten voldoende tijd om juridische stappen te ondernemen. Voor rechtsvorderingen uit periodieke verrekenbedingen is deze termijn zelfs tot drie jaar verlengd, omdat de eerste periode na de scheiding vaak emotioneel beladen is. De Hoge Raad vraagt zich af waarom deze verlenging niet ook voor andere vergoedingsrechten geldt, zoals in deze zaak.

Verlenging van de verjaringstermijn

De wetgever heeft ervoor gekozen om de verjaringstermijn voor periodieke verrekenbedingen te verlengen tot drie jaar. Dit biedt ex-echtgenoten meer tijd om tot een redelijke en weloverwogen beslissing te komen over eventuele juridische stappen. De Hoge Raad stelt de vraag waarom dezelfde verlenging niet ook van toepassing is op andere vorderingen tussen echtgenoten, zoals vergoedingsrechten.

Praktische adviezen

Het is belangrijk voor echtgenoten om zich bewust te zijn van de verjaringstermijnen die van toepassing zijn op hun financiële afspraken en vorderingen. Als er tijdens het huwelijk een vermogensverschuiving heeft plaatsgevonden die volgens de huwelijkse voorwaarden tot een vergoedingsrecht leidt, moeten zij bij beëindiging van het huwelijk tijdig handelen. Bij gebrek aan specifieke regelingen in de huwelijkse voorwaarden, is het van cruciaal belang om binnen een half jaar na de scheiding een rechtsvordering in te stellen.

Conclusie

Deze zaak benadrukt de complexiteit van vergoedingsvorderingen tussen ex-echtgenoten en de noodzaak om tijdig juridische stappen te ondernemen. De Hoge Raad heeft verduidelijkt dat de verjaringstermijn van vijf jaar niet redelijk is in het kader van vergoedingsrechten uit huwelijkse voorwaarden, gezien de aard van de huwelijksrelatie. Ex-echtgenoten moeten zich goed laten informeren over hun rechten en de geldende verjaringstermijnen om te voorkomen dat hun vorderingen verjaren.

Het is altijd raadzaam om juridisch advies in te winnen bij een scheiding om ervoor te zorgen dat alle financiële kwesties correct en binnen de gestelde termijnen worden afgehandeld.