Een eenmanszaak wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 omgezet in een besloten vennootschap (hierna: BV). De oprichtingsakte van de BV is uiterlijk 31 maart 2026 bij de notaris gepasseerd. Is dan ook gedurende de voorperiode (de periode vóór oprichting van de BV) de gebruikelijkloonregeling (een jaarloon van € 58.000 in 2026) van toepassing? Hierover heeft een kennisgroep van de Belastingdienst een standpunt in genomen.

Antwoord
Nee, gedurende de voorperiode van een bv is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. Deze is pas van toepassing na de daadwerkelijke notariële oprichting van de bv.

De wet bepaalt dat de gebruikelijkloonregeling van toepassing is voor een werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een BV waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft. Voor toepassing van de gebruikelijkloonregeling dient dus sprake te zijn van een werknemer. In de voorperiode bestaat de BV juridisch nog niet. Daarom kan er geen sprake zijn van een (fictieve) dienstbetrekking.

Bij de inwerkingtreding van de gebruikelijkloonregeling heeft de wetgever bovendien bevestigd dat het fictieve salaris niet van toepassing is in de periode dat de BV nog in oprichting is. De toekomstige aandeelhouder geniet in die periode eventueel wel andere inkomsten uit arbeid.

Let op: De oprichter wordt in de voorperiode van de BV wel aangemerkt als aanmerkelijkbelanghouder. Dit standpunt van de staatssecretaris van Financiën heeft echter uitsluitend betrekking op situaties waarin sprake is van een terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen aan de BV, niet voor de gebruikelijkloonregeling.